Recentelijk kreeg ik een bericht dat me op slag gelukkig maakte: Frankrijk heeft er een nieuwe erkende wijnregio bij. Dat is bijzonder nieuws in een tijd waarin de wijnconsumptie daalt, wijngaarden verdwijnen en wijnbouwers hun activiteiten moeten stopzetten. Je zou er moedeloos van worden. Maar dan lees je dat Île‑de‑France, de grote regio in en rond Parijs, officieel een beschermde geografische herkomstbenaming krijgt. De erkenning gebeurde al in 2020 en werd officieel in 2023. Helemaal nieuw is de wijnbouw er natuurlijk niet. Tot in de negentiende eeuw was Île‑de‑France zelfs het grootste wijngebied van Frankrijk – groter dan Bourgogne en Bordeaux.

Meer dan tweeduizend jaar wijncultuur
De geschiedenis van de Parijse wijngaarden vertoont opvallende gelijkenissen met die van de Lage Landen. Al vóór onze jaartelling werden de eerste wijnstokken aangeplant, maar de echte ontwikkeling kwam er onder de Romeinen. In de vierde eeuw lagen er rond Lutetia – het toenmalige Parijs – al heel wat wijngaarden.
Na de val van het Romeinse Rijk kwamen de wijngaarden, zoals bij ons, in handen van de Kerk. Abdijen hadden wijn nodig voor de eredienst, gebruikten hem als geneesmiddel en produceerden uiteraard voor eigen consumptie. Vooral de abdijen van Saint‑Denis en Saint‑Germain‑des‑Prés speelden een sleutelrol.
Rond het jaar 1000 nam de wijnconsumptie toe en stegen de prijzen. Wijn werd een statussymbool voor adel en burgerij, en ook aan het Franse hof vloeide hij rijkelijk. Om aan de vraag te voldoen legde het hof eigen wijngaarden aan rond de kastelen buiten Parijs. Zo breidde de wijnbouw zich uit over de hele regio Île‑de‑France. In de dertiende eeuw bloeide de sector en werd er zelfs geëxporteerd naar Normandië en Vlaanderen.
Dansen in de guinguettes
In het midden van de negetiende eeuw bereikte de Parijse wijnbouw haar hoogtepunt: 52.000 hectare wijngaarden, meer dan Bourgogne en Bordeaux samen. De wijnen kwamen op de markt als Vins Franciliens, met de beste herkomst uit Argenteuil, Montmorency en Suresnes.
De groeiende bevolking en de populariteit van wijn maakten dat iedereen wijn dronk. Trams en treinen brachten de Parijzenaars op zondag naar het platteland, waar ze in de guinguettes – de danszalen en openluchtcafés – genoten van muziek, dans en overvloedige wijn.
Maar het succes was niet blijvend. De negentiende eeuw maakte van Parijs een echte metropool, en de urbanisatie duwde de wijnbouw steeds verder naar de rand. De spoorlijn vanuit het zuiden bracht bovendien goedkope wijnen naar de hoofdstad. Uiteindelijk vernietigde de phylloxera‑plaag de laatste grote wijngaarden. In 1920 bleef nog slechts duizend hectare over, en na de Tweede Wereldoorlog verdwenen de laatste ranken.

Een nieuwe start
Toch doofde de wijntraditie nooit helemaal uit. In de jaren dertig werd op de heuvel van Montmartre opnieuw een kleine wijngaard aangelegd. Vanaf de jaren zestig volgden lokale heemkundige verenigingen en wijnliefhebbers met kleine percelen buiten de stad. Gaandeweg ontstonden er weer professionele domeinen.
Vandaag telt Île‑de‑France zo’n zeventig professionele wijnbouwers, verspreid over elf departementen. De erkenning als IGP in 2020 was het resultaat van een lange strijd: de eerste aanvragen dateren al van 1999, en de wijnbouwers moesten heel wat weerstand en juridische obstakels overwinnen.
De samenwerking in de regio is sterk. Oenotoerisme staat centraal: bezoekers zijn welkom en er worden regelmatig activiteiten en degustaties georganiseerd.
De nieuwe IGP
De beschermde geografische aanduiding omvat de stad Parijs, de omliggende departementen en delen van Oise, Aisne en Eure‑et‑Loir. Daarnaast zijn vijf subregio’s erkend. Wijnen waarvan de druiven binnen bepaalde gemeenten worden geoogst, mogen die gemeentenaam op het etiket dragen, zoals IGP Île‑de‑France Coteaux de Blunay of IGP Île‑de‑France Paris voor de wijngaarden in het hart van de hoofdstad.
In totaal zijn 73 druivenrassen toegelaten, waaronder negen interspecifieke variëteiten. De regio produceert uitsluitend stille wijnen.
Île‑de‑France vaut le détour
De heropleving van dit eeuwenoude wijngebied is een verhaal van volharding, passie en trots. Maar vooral is het een uitnodiging om zelf op ontdekking te gaan. Want wie een weekendje Parijs plant, kan er moeiteloos een verrassende tocht door Île-de-France aan koppelen. De meeste plaatsen zijn gemakkelijk te bereiken met het openbaar vervoer.
Stel je voor: je wandelt of fietst langs statige kastelen en paleizen zoals Versailles, Fontainebleau of Vaux-le-Vicomte. Je doorkruist machtige wouden waar middeleeuwse dorpjes als groene oases verscholen liggen. Geen wonder dat de impressionisten hier hun inspiratie vonden. In Auvers-sur-Oise, het kunstenaarsdorp waar Van Gogh zijn laatste maanden doorbracht, lijkt de tijd nog altijd even zacht te bewegen. En wie graag geschiedenis opsnuift, kan de Chemin des Dames nabij Laon volgen, een route die verhalen fluistert bij elke stap of op ontdekkingstocht gaan naar de middeleeuwse stad Provins.
Alsof dat nog niet genoeg is, heeft Île-de-France er met de heropleving van de lokale wijncultuur een extra troef bij. De nieuwe generatie wijnmakers ontvangt bezoekers met open armen. De meeste domeinen zijn klein, gastvrij en trots op wat ze opnieuw aan het bouwen zijn.

Kortom: wat houdt ons eigenlijk nog tegen om dit alles zelf te gaan beleven? Straks is het lente, de ideale periode om Parijs en ïle-de-France te ontdekken.
Lijst wijndomeinen met openingsuren :
- Syndicat des vignerons d’Ile-de-France (SYVIF) https://www.syvif.fr/
Informatie over de wijngaarden van Parijs vind je in mijn laatste boek
Dichtbij vakanties en weekendjes weg in de wijngaard